Mensenrechtensituatie in Iran

 

Bij dezen een gelukkig, gezond, vreedzaam en strijdbaar 2006 toegewenst, met als zeer belangrijk doel het verkrijgen van Mehdi van een asielstatus A op grond van gerede vervolging op basis van religieuze en politieke overtuiging.

 

In onderstaande heb ik getracht een bescheiden commentaar te geven ten aanzien van de mensenrechtensituatie in Iran, uiteraard toegespitst op de humanitaire situatie van Mehdi Hierbij heb ik mij grotendeels gebaseerd op de rapportage van Amnesty Human Rights Watch, het Ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van februari 2005 t.a.v. Iran en enkele websites van christelijk-religieuze organisaties.

 

 

Artikel 33 van het VN-Vluchtelingenverdrag d.d. 1951, waarvan Nederland verdragspartij is, stelt dat het verboden is iemand terug te sturen naar een land of gebied, waar gerede kans is op vervolging op grond van ras, nationaliteit, politieke en religieuze activiteiten of behorend tot een bepaalde sociale categorie.

Eveneens is het manifest dat er sprake is van een zeer slechte mensenrechtensituatie in Iran in het algemeen, waarbij sprake is van willekeurige arrestaties en martelingen. Volgens artikel 3 van het VN-Verdrag tegen Foltering dd 1984 is het evenzeer verboden, iemand terug te sturen naar een land of gebied, waarbij er een gerede kans is op marteling.

 

Nederland heeft beide mensenrechtenverdragen ondertekend en is uiteraard gehouden aan de naleving daarvan.

 

Een ander belangrijk rechtsartikel is artikel 3 EVRM (het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden), dat uitzetting naar oorlogsgebieden cq. een mensenrechtenschendend land verbiedt.

  

 

Uit de mij bereikte informatie over Mehdi is gebleken dat hij christen is. Alvorens nader in te gaan op de algemene situatie in Iran ten aanzien van vervolging van christenen, vind ik het van groot belang nog eens nadrukkelijk te vermelden dat deze gelukkig nog beperkt gebleven vervolgingen gezien dienen te worden tegen het licht van het algemeen repressieve klimaat in Iran ten aanzien van andersdenkenden, kritische journalisten, homo­sexuelen, mensenrechten­activisten etc., met name wanneer er sprake is van kritiek op de regering.

Er is inderdaad een ernstige verscherping van de mensenrechtenschendingen sinds het aantreden in augustus 2005 van de bij de verkiezingen in juni gekozen president Ahmadinejad, maar evenzeer van belang is te bedenken dat ook voor het aantreden van deze regering er sprake was van een zeer slechte mensenrechtensituatie.

 

Met name de rapportages van Amnesty International, alsmede Human Rights Watch, en de informatie van de reeds genoemde religieuze websites, getuigen van de veelal ernstige mensenrechtensituatie in Iran. Een en ander wordt mede aangevuld door het Ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat vooral de nadruk legt op de beknotting van de vrijheid van meningsuiting, hetgeen eveneens in de rapportage van Amnesty en Human Rights Watch terug te vinden is. 

Zo was er ook voor het aantreden van de huidige behoudende regering Ahmadinejad sprake van ernstige mensenrechtenschendingen in de vorm van systematische mishandeling en marteling, buitengerechtelijke executies, executies van minderjarigen en homosexuelen, wettelijke willekeur, vervolging van dissidenten en religieuze minderheden en beperking van de vrijheid van meningsuiting.

 

 

Deze ontwikkeling heeft zich echter helaas in toenemende mate voortgezet bij het aantreden dd juni van de regering Ahmadinejad. Uit berichtgeving blijkt, dat met name een bepaalde categorie christenen steeds vaker het doelwit worden van vervolgingen door de regering

Ik kom hierop zometeen terug.  

Eveneens echter is er sprake van een toenemende onderdrukking van de Bahai-geloofsgemeenschap, een afwijkende sectie van de officiele Iraanse sjiitische Islam. Zo was er sprake van de arrestatie van de heer Mashadi, een vooraanstaand lid van de Bahai-gemeen­schap, vanwege zijn protest tegen de onderdrukking van de Bahai geloofs­gemeenschap, zowel betreffende onderwijs, werk als religie. Eveneens is op 15 december 2005 de heer Mahrari, die reeds 10 jaar gevangen zat op grond van vervolging vanwege zijn geloofsrichting, dood in zijn cel aangetroffen onder tot dusver onopgehelderde omstandigheden. De heer Mahrari was door Amnesty International geadopteerd als gewetensgevangene. De Bahai-geloofs­gemeenschap wordt door het officiële Iraans-islamitische sjiitisme als afvallig beschouwd en in tegenstelling tot christendom, Jodendom en zoroastrianisme, niet als geloofsgemeenschap erkend en staat reeds lang aan vervolgingen bloot.

 

 

Zoals reeds door mij vermeld, blijkt uit rapportage van Amnesty International, Human Rights Watch, het Ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere informatie­bronnen dat er sprake is van een ernstige onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting

 

De Iraanse grondwet bevat veel bepalingen die de vrijheid van meningsuiting garanderen. Zo bepaalt artikel 23 van de grondwet dat ‘onderzoek naar iemands overtuiging is verboden’ en dat ‘niemand lastiggevallen of ondervraagd mag worden alleen vanwege het erop na houden van een overtuiging’. Bovendien bepaalt artikel 24 van de grondwet de vrijheid om je te uiten in de pers en in publicaties. Iran is partij bij verschillende verdragen waarin deze en andere rechten zijn vastgelegd. In de praktijk blijken de grondwettelijk vastgelegde rechten en de verplichtingen die de internationale verdragen opleggen echter geen garantie op naleving daarvan. Naast de bovengenoemde bepalingen echter wordt de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting door een aantal bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht beperkt.

 

Op zich is een en ander niet in strijd met de democratische rechtsbeginselen. Ook in de Nederlandse Grondwet staat weliswaar in artikel 7 vrijheid van meningsuiting als vrijheid van drukpers -evenals theoretisch in Iran het geval is- maar eveneens is er geen sprake van ongebreidelde vrijheid van meningsuiting.

Niet alleen wordt in artikel 7 gewezen op ''ieders verantwoordelijkheid voor de wet'', eveneens gelden er strafrechtelijke beperkingen. Vooraf mag weliswaar alles gepubliceerd worden, maar artikel 137 c t/m g beperken de vrijheid van meningsuiting, wanneer een en ander resulteert in belediging van een bevolkingsgroep cq. iemands religieuze overtuiging.

 

Problematisch ten aanzien van Iran is echter niet alleen het feit dat uitingen in de pers en publicaties niet in strijd mogen zijn met de beginselen van de Islam, maar met name het feit, dat een en ander niet nauwkeurig gedefinieerd staat, waardoor er sprake is van een zeer rekbare interpretatie dienaangaande en ergo grote willekeur

Bovendien is er bij een beschuldiging tot ''publicaties in strijd met de beginselen van de Islam'' veelal sprake van arrestatie van de desbetreffende journalist en veelal een berechting door revolutionaire rechtbanken in oneerlijke processen en een verschijningsverbod van de desbetreffende krant (zie ambtsbericht blz 21).

 

Volgens het Ambtsbericht dd februari 2005 is er sprake van verslechtering van de persvrijheid.

 

Zo hebben er van de meer dan vijftig bladen die de afgelopen jaren niet mochten verschijnen, slechts twee toestemming gekregen om weer uit te komen. Het Hooggerechtshof van de Islamitische Revolutie heeft eind 2001 aangekondigd dat de staat gedurende twee jaar alle internetproviders zal controleren.

 


Gedetineerden in Iran worden mishandeld en gemarteld, bijvoorbeeld om bekentenissen af te dwingen. Herhaalde afranselingen, geseling van de voetzolen met staalkabels en het ondersteboven ophangen aan het plafond zijn enkele toegepaste martelmethodes. Ook vinden psychologische martelingen plaats, zoals het dreigen iemand te zullen doden. Vergrijpen als diefstal en ‘verderfelijk dansen’ kunnen worden bestraft met geselingen en zelfs met amputatie van een hand. In 2001 werden zeker 285 mensen gegeseld, vaak in het openbaar.

 

 

 

In verband met de nieuw aangetreden regering Ahmadinejad is eveneens zorgwekkend het feit dat de nieuw aangestelde ministers van Binnenlandse Zaken en informatie, respectievelijk de heren Pour-Mohammadi en Ezhei, zich volgens de rapportage van Human Rights Watch schuldig gemaakt zouden hebben aan ernstige mensenrechtenschendingen.

 

 

Zoals reeds eerder opgemerkt zijn het christendom, evenals het Jodendom en het zoroastrianisme, erkend als enige religieuze minderheden in Iran. Het is betreffende de inderdaad toegenomen christenvervolgingen dan ook van groot belang te beseffen dat er in Iran zeker geen sprake is van algemene christenvervolgingen. Betreffende de religieuze minderheden bestaat immers het recht op de eigen publicaties en het praktiseren van de religieuze gebruiken. Wel is er sprake van sociaal-maatschappelijke discriminatie, bijvoorbeeld betreffende het verkrijgen van een baan bij de Overheid of aan de Overheid gelieerde instanties (zie Ambtsbericht blz 28 en 29).

Er is in Iran een christelijke gemeenschap van ongeveer 300.000 mensen, hoofdzakelijk bestaande uit Armeense en Assyrische christenen. Geboren christenen ondervinden in slechts geringe mate een openlijke staatsvervolging.

 

Moderne vormen van christendom 

Geheel anders is echter het geval in verband met de zogenaamde ''moderne'' vormen van christendom, namelijk de zogenaamde Evangelisatiekerken als o.a. de Pinkstergemeente, aangezien deze gericht zijn op actieve bekering van moslims tot het christendom.

Afvalligheid van de Islam, ook wel apostasie genoemd, is namelijk strafbaar in Iran en er kan in extremis de doodstraf worden opgelegd. Een uitzondering wordt volgens de officiële Iraanse richtlijnen slechts gemaakt voor mensen die voor de islamitische revolutie van 1979 tot bekering zijn gekomen. De islamitische revolutie maakte een eind aan het bewind van de Shah.  

Hoewel er zeker onder de regering van de voorganger van president Ahmadinejad, president Khamenei, sprake was van vervolging van met name christelijke evangelische voorgangers die bekeringsactiviteiten beoefenden, is deze vervolging met name toegenomen sinds het aantreden van de huidige president Ahmadinejad.

 

Zo werd in de laatste week van november een Iraanse bekeerling, die leiding gaf aan een onafhankelijke christelijke huiskerk in Noord-Oost Iran, ontvoerd en op 22 november jongstleden neergestoken. De plaatselijke politie deed huiszoeking en nam o.a. een aantal Bijbels in beslag.  Eveneens wordt er druk uitgeoefend op gedetineerde ''moderne'' christenen, die dus bekeerd zijn, terug te keren naar de islamitische religie.  

Een ander voorbeeld van een christelijke bekeerling die voorhanger is van een Evangelische Gemeente, is de heer Pourmand, die in september 2004 is gearresteerd samen met 20 andere christenen, van wie de anderen tussen vier en zes weken zijn vrijgelaten.

 

Conclusie 

Resumerend kan  gesteld worden dat het terugsturen van asielzoekers naar Iran, zeker wanneer er sprake is geweest van dissidente activiteiten, journalistiek werk, homosexualiteit, de regering onwelgevallige literaire schrijvers en andere kunstenaars en de zogenaamde bekeerde christenen, alsmede mensen met kritische internetactiviteiten, in strijd is met zowel het VN-Vluchtelingenverdrag gezien de te verwachten vervolging, als met het VN-Anti Folterverdag, gezien de mensenrechtenschendingen en veelal oneerlijke procesgang in Iran. 

 

Astrid Essed

 

 

Bronmateriaal m.b.t. mensenrechtensituatie in Iran

 

Amnesty International:

Zie http://www.amnesty.nl/landeninfo/lan_iran.shtml 

http://www.amnesty.nl/landeninfo/llp_iran_2005.shtml

 

Human Rights Watch:

Zie http://hrw.org/english/docs/2005/12/15/iran12245.htm

http://hrw.org/backgrounder/mena/iran1205/

 

Tav Beperking vrijheid van meningsuiting tav Internet [zie rapportage Human Rights Watch]

Zie http://hrw.org/reports/2005/mena1105/5.htm#_Toc119125722

 

Beperking vrijheid van meningsuiting betreffende kranten en oppositionele organisaties.

Ambts­bericht februari 2005

http://www.minbuza.nl/20050414-121316-A

 

Betreffende martelingen en mensenrechtenschendingen:

Zie http://www.amnesty.nl/landeninfo/llp_iran_2005.shtml

 

Human Rights Watch: Onthouding medische zorg aan Iraanse dissidenten

http://hrw.org/english/docs/2005/07/14/iran11318.htm

http://hrw.org/english/docs/2005/06/14/iran11125.htm

 

Executie minderjarigen:

http://hrw.org/english/docs/2005/07/27/iran11486.htm

 

Executie homosexuelen:

http://hrw.org/english/docs/2005/11/21/iran12072.htm

 

Tav Kamervragen ivm moord op bekeerling in Iran. Zie http://www.sgp.nl/Page/sp5/ml1/ from_sp_id=144/nctrue/system_id=1257/so_id=88/Index.html

 

Tav christenvervolgingen voor en na het aantreden van president Ahmadinejad

Zie http://www.compassdirect.org/content/index.php?id=17

 

Selectie compass-artikelen tav christenvervolgingen in Iran voor en na het aantreden dd juni 2005 van de behoudende president Ahmadinejad

Zie http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=4099

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=4100

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=4090

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=4072

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3914

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3827

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3820

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3783

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3776

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3738

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3718

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3689

http://www.compassdirect.org/en/newsheaden.php?idelement=3667

 

Tav christenvervolgingen na het aantreden van president Ahmadinejad

http://www.linkselection.be/detframe.asp?doit=1571045&what=Vervolging-christenen-Iran-neemt-toe